(Pre) diabetes

Diabetes is één van de meest voorkomende chronische ziektes. In Nederland hebben momenteel ongeveer 900.000 mensen diabetes. In de toekomst krijgt één op de vier mensen diabetes. Bij de volwassenen die gediagnosticeerd zijn met diabetes type 2, zien we vaak dat men meestal onbedoeld lang gewacht heeft om het te laten onderzoeken. Zo kan het gebeuren dat de ziekte soms al jarenlang aanwezig is voordat deze ontdekt wordt en er actie wordt ondernomen. Het is moeilijk om stappen te ondernemen als iemand zich niet bewust is dat er iets aan de hand is.
Door meer te leren en te weten over diabetes en pre-diabetes zal het gemakkelijker zijn om die stappen te zetten die belangrijk zijn om de diabetes een halt toe te roepen of te herstellen. Kennis is hierbij onontbeerlijk. Kennis over diabetes en pre-diabetes is het belangrijkste wat de aanzet geeft om een positieve en permanente verandering in het leven te maken.                                                        Wanneer iemand ziek wordt, weten veel mensen niet wat er in hun lichaam gebeurt, wat hun ziek maakt of hoe het allemaal zo bergafwaarts kan gaan. Ze gaan meestal naar een arts en krijgen een geneesmiddel om de klacht te verhelpen, zonder zich af te vragen waarom dat geneesmiddel er voor zorgt dat ze zich beter of vermoeider of slechter gaan voelen.
Dit telt ook voor mensen met (pre)diabetes.

 

Wat doet het lichaam met suiker en hoe werkt insuline?
Ons lichaam heeft brandstof nodig voor vrijwel elke taak die het uitvoert, of het nu gaat om het warm houden van je lichaam, om te denken of om te bewegen.
De meeste van deze brandstof krijgen we van glucose, dit is een suiker. Het voedsel dat we eten (zoals koolhydraten en eiwitten) wordt in je lichaam omgezet in glucose. De glucose wordt via de bloedbaan vervoerd naar de cellen in je spieren en je lever waar het wordt omgezet in energie. Voor dat proces hebben we de insuline nodig. Insuline is het hormoon dat het lichaam aanmaakt in de alvleesklier. Insuline zorgt dus voor het transport van de glucose naar de cellen. Verder zorgt insuline er voor dat een deel van de glucose wordt opgeslagen als glycogeen (een soort van ”reserevesuiker”) in het lichaam om de tijden tussen het eten te overbruggen. Wanneer er nu een tekort aan glucose in het lichaam ontstaat is er een ander hormoon (glucagon) dat deze “reservesuiker” weer omzet in glucose. Zo hebben we dus altijd de beschikking over energie. Omdat de glucose via de bloedbaan naar de cellen gaat en er dus te meten is hoeveel glucose er in de bloedbaan circuleert kunnen we meten hoe hoog iemands “bloedsuikerspiegel”is.
Het is dus goed om te weten en te onthouden dat insuline een natuurlijk hormoon is dat veel in het lichaam voorkomt en nodig is om suiker om te zetten in brandstof voor het lichaam.
Het is niet juist om te zeggen dat diabetes een bloedsuikerziekte is. Dat is het namelijk niet. Bij diabetes zijn de bloedsuikerwaardes te hoog, maar dat is een gevolg.
De oorzaak dat de glucose in de bloedbaan blijft is dat de lichaamscellen de insuline niet meer herkennen (=insulineresistent), dus kan de insuline niet in de lichaamscellen komen en dus wordt de glucose niet uit het bloed gehaald en blijft daar circuleren. Er zijn schattingen dat ongeveer 90 % van de mensen met overgewicht insulineresistent is.

Wat doet insuline nog meer in het lichaam?
●Wat de meeste mensen niet weten, is dat insuline ook helpt bij de opslag van extra voedingsstoffen in de cellen (o.a. vitamine C, magnesium, kalium en natrium).

● Insuline speelt een centrale rol in hoe aminozuren worden gebruikt om eiwitten op te bouwen en zo nieuwe spiercellen creëren (wat verklaart waarom sommige bodybuilders veelvuldig eiwitten gebruiken).

●Verder zorgt insuline voor vetopslag; zolang er insuline in het bloed circuleert stopt het lichaam met het verbranden van vet. Wanneer er te veel en te vaak insuline in je bloed zit dan zullen de cellen op den duur niet meer weten hoe ze er op moeten reageren. Dat is een reden om nóg meer insuline aan te maken, want je lichaam wil de bloedsuiker naar beneden halen (deze blijft nu immers hoog omdat de insuline niet in de cellen komt en de glucose niet meer uit de bloedbaan haalt). Als je insulineproductie langdurig te hoog is verstoort dit de stofwisseling. Logisch, want het lichaam haalt nu energie uit de glucose in je bloed. Gebeurt dit nu te vaak dan gaat je lichaam je vet vastzetten. Het lichaam hoeft het namelijk niet te gebruiken voor energie, omdat het de energie uit de hoge bloedsuiker haalt. Het lichaam “vergeet” als het ware dat het ook vet zou kunnen verbranden om energie te krijgen. Ook als je minder gaat eten.

●Glucose en insuline spelen beide een belangrijke rol in de manier waarop we denken (daarvoor gebruiken we glucose)) en bewegen (daarvoor gebruiken we glucose en insuline)

Er kunnen een aantal zaken misgaan in het lichaam met de glucose, met de insuline of met allebei dan spreken we van (pre)diabetes.

Vormen van diabetes
Pre-diabetes
Te hoge bloedsuikerspiegel- of glucosemetingen kunnen een persoon indiceren tot iemand met een voorstadium van diabetes (dit wordt pre-diabetes genoemd).

Type 1 diabetes
Bij type 1 diabetes, produceert de alvleesklier geen insuline of niet genoeg insuline om alle cellen van het lichaam te voorzien van glucose. Dit gebeurt door een ‘auto-immuunreactie’, wat betekent dat de eigen afweercellen van een persoon de gezonde cellen aanvallen en vernietigen omdat deze worden aangezien voor indringers van buitenaf. In dit geval heeft het lichaam zich vijandig gekeerd tegen de cellen in de alvleesklier die insuline produceren.
Type 1 patiënten produceren geen insuline in hun lichaam, daardoor hebben ze insuline medicijnen, zoals insuline-injecties, gedurende hun hele leven nodig.

Type 2 diabetes
Bij type 2 diabetes zijn de lichaamscellen resistent geworden voor insuline en uiteindelijk produceert het lichaam in de meeste gevallen te weinig insuline. Een ophoping van glycogeen in de cellen veroorzaakt insulineresistentie (de cellen zijn vergeten hoe ze moeten reageren op de insuline). Wat belangrijk is om te weten over diabetes type 2 is dat de lichaamscellen de insuline niet accepteren en de glucose in de bloedbaan blijft circuleren.
De exacte oorzaak van type 2 diabetes wordt steeds duidelijker doordat we tegenwoordig steeds meer begrijpen hoe de cellen suiker en insuline gebruiken. De oorzaak is o.a. dat er te veel van het verkeerde voedsel wordt gegeten in combinatie met een zittende levensstijl.
De meeste Type 2 diabetici hebben (zeer) hoge niveaus van insuline – het tegenovergestelde type 1 diabetes.

Symptomen bij diabetes type 2
Hoewel overgewicht één van de belangrijkste indicaties is voor (pre) diabetes, betekent dit niet dat iedereen die diabetes heeft te zwaar in gewicht is. Ook wanneer diabetes in de familie voorkomt is dit reden om uw bloedsuikerspiegel in de gaten te houden. Er zijn echter meer symptomen die kunnen wijzen in de richting van pre-diabetes of diabetes tyoe 2, dit zijn;
– vaak moeten plassen
– extreme dorst / veel drinken
– toenemende vermoeidheid
– onverklaarbaar gewichtsverlies
– snel geïrriteerd zijn
– gezichtsproblemen
– veelvuldig huidirritaties of infecties aan de huid
– urineweginfecties, vaginale infecties
– slechte wondgenezing
– tintelende handen en voeten
– veel jeuk

Wanneer de diagnose pre-diabetes of diabetes type 2 wordt gesteld is het voor u belangrijk om weten te dat u zelf (evt. met hulp, begeleiding of ondersteuning) voor de grootste ommekeer kunt zorgen door uw levensstijl en voedingspatroon aan te passen. Dit leidt vaak tot verrassende resultaten en kan in de meeste gevallen voorkomen dat u medicijnen moet gaan slikken (waarbij de nodige bijwerkingen vaak optreden). Wanneer er geen actie wordt ondernomen wanneer u pre-diabetes heeft, zal dit binnen hooguit 10 jaar leiden tot een diagnose van diabetes type 2.

Risicofactoren
Het is nog niet helemaal duidelijk waardoor bij mensen diabetes type 2 ontstaat. Wel zijn er factoren die een rol spelen bij het ontstaan van diabetes type 2, namelijk;
– overgewicht
– leeftijd boven de 45 jaar
– mensen met diabetes in de familie (met name bij ouders en broers en zussen)
– vrouwen die zwangerschap diabetes hebben gehad of die een zwaar kind hebben gebaard
(geboortegewicht meer dan 4500 gram)
– hoge bloeddruk zeker als die 140/90 of hoger is
– te laag HDL cholesterol ( voor mannen onder de 0,8 mmol/l, voor vrouwen lager dan 1,0
mmol/l)
– verhoogd trigliceride gehalte (boven 1,7 mmol/l)
– weinig lichamelijk activiteiten.

Testmethodes
De volgende testmethodes kunnen gebruikt worden om te zien of er een verhoogd risico is:
– insulinetest (liefst nuchter getest)
– vettesten ; cholesterol en triglycerides
– HbA1c (geeft een indruk van de gemiddelde bloedsuikerwaarden van de afgelopen 2 tot 3
maanden).
– BMI (body-mass index), dit geeft de verhouding tussen lengte en gewicht weer bij een
persoon. Het is een indicatie om te kijken of er over- of ondergewicht is.
– Taille-omvang, Dit is voor mannen en vrouwen verschillend. Het smalste deel van het
middel wordt hierbij gemeten. Studies hebben aangetoond dat vet rondom de buik meer
kans geeft op o.a. diabetes type 2.

Zijn zoetstoffen beter voor het lichaam dan suiker ?                                                                   

De smaakpapillen proeven geen verschil tussen suikers en zoetstoffen (b.v. aspartaam, sucralose, saccharine en xylitol). Wanneer deze worden ingenomen maakt de alvleesklier insuline aan. De insuline vindt in het lichaam niet de suiker waarvoor het is aangemaakt en haalt daarom suikers uit de bloedsomloop waardoor de bloedsuikerspiegel daalt. Wanneer deze te laag wordt krijgt het lichaam een seintje dat er gegeten moet worden. Je krijgt dus honger en ook nog zin in suiker en koolhydraten.
Zoetjes, zoetstoffen en suiker geven dus allemaal hetzelfde effect in het lichaam; de alvleesklier gaat insuline aanmaken. Het lichaam registreert alleen de zoete smaak en zorgt er voor dat er insuline aangemaakt gaat worden, het lichaam onderscheidt geen verschil in deze producten, dus het heeft geen enkele zin om te denken dat b.v. “light” producten gezond(er) zouden zijn. Deze geven vaak nog meer schade aan het lichaam dan de “gewone” suiker.
Ook de zogenaamde “natuurlijke” zoetstoffen zoals ahornsiroop, glucosestroop en fructose zijn niet aan te raden. De term “natuurlijk” betekent dat ze zijn afgeleid van natuurlijke bronnen, niet dat ze gezond zijn! Fructose (als zoetstof) heeft een lage glykaemische waarde, maar heeft als nadeel dat de lever er voor moet zorgen dat het wordt afgebroken tot glucose. We kunnen fructose in die vorm niet als reserve opslaan en dus zet de lever het om in vet. Wanneer iemand veel fructose binnen krijgt is het gevolg dat de bloedsuikerspiegel langere tijd te hoog blijft, het cholesterolgehalte zal gaan stijgen en de lever gaat “vervetten”. Geen goed alternatief dus om te gebruiken als suikervervanger. Veel voedingsmiddelen voor diabeten worden gezoet met fructose ! Het is dus zinvol om de etiketten goed te lezen.
De enige zoetstof die tot nu toe redelijk gezond lijkt is stevia.

Intake en Anamnese formulier